Overal om je heen zie je nog hopen sneeuw, ijs op meertjes en sneeuw op schaduwrijke plaatsen. Ook vannacht gaf de thermometer wederom een negatieve temperatuur aan. Toch merk je aan alles dat de lente in aantocht is. Wanneer ik met Zoey loop, hoor ik in de verte de vreemde roep van vogels. Het blijkt om kraanvogels (Trana) te gaan. Die beesten zijn hier alweer gearriveerd in hun broedgebied.
Maar de ‘locals’ die ik spreek zeggen allemaal hetzelfde “Alles is een maand te vroeg!”
Annika, de overbuurvrouw, was bezig om 2 stepsleetjes (sparkstötting) op te bergen, “die heb ik nu toch niet meer nodig”. De snöpinnar of snöstakar had ze al verzameld. Snöpinar zijn fluoriserende stokken die, vóór het gaat sneeuwen, in de berm gezet worden om het verloop van de weg te markeren. Ze was de boel een beetje aan kant aan het maken zeg maar.
Voor de mannen is er een heel ander startschot gegeven: slinger álles aan dat cylinders heeft en op benzine loopt! Iedereen, alles, tegelijkertijd! Holy moly, wat een herrie! De buurman twee huizen verderop rijd op een zitmaaier door de tuin?! Voor zover je al van gras kunt spreken, er valt absoluut nog niks te maaien.
Gelijktijdig is de buurman achter mij druk in de weer met een kettingzaag. Ook hij kon niet langer wachten. Na zes lange maanden van wikken en wegen welke bomen er gerooid dienden te worden, was het moment dan daar. Als een triomferende Elon Musk mocht hij dan ook eindelijk: “CHAINSAW!”.
Een andere buur rijd intussen druk op zijn shovel heen en weer met boomstammen richting de kloofinstallatie.
Alsof ze een winter lang hebben uitgekeken naar dit moment. Boys with their toys.


Geef een reactie